Wat verandert er voor u in 2018?

[border]

Wij hebben de belangrijkste actualiteiten voor u op een rijtje gezet in 1 handig overzicht. Gebruik de tabs om de onderwerpen te bekijken die voor u van toepassing zijn. Heeft u vragen over 1 van de onderwerpen? Neem dan gerust contact met ons op. Wij adviseren u graag!
[space][zl_tabs_reload label=”1″][space][zl_tabs_cell title=”U en uw gezin” id=”Alg_1″]
[space]

Kunt u meer of minder besteden in 2017?

[border]

In september heeft het kabinet haar regeringsplannen voor 2018 bekend gemaakt. Voor de meeste huishoudens blijft de koopkracht in 2018 nagenoeg gelijk. De meeste koopkrachtverschillen liggen tussen -0,5 procent en +0,5 procent.

 

Stijgt of daalt uw koopkracht in 2018? U berekent het eenvoudig met de Koopkrachtberekenaar van het Nibud.
[space]

Wijzigingen in 2018

[border][toggler theme=”framed-light” title=”AOW-leeftijd omhoog” ]In 2018 wordt de AOW-leeftijd verhoogd naar 66 jaar. Benieuwd op welke leeftijd u recht heeft op AOW? Op deze pagina kunt u het eenvoudig berekenen.[/toggler]
[toggler theme=”framed-light” title=”Belastingheffing box 3 in 2018″ opened=”no” ]De heffing in box 3 (de zogeheten vermogensbelasting) wordt per 1 januari 2018 aangepast.

Er zijn drie schijven (vermogenscategorieën): een belastbaar vermogen tot € 75.000, een belastbaar vermogen tussen € 75.001 en € 975.000 en een belastbaar vermogen van meer dan € 975.001.

Voor 2018 gaan de rendementspercentages omlaag, namelijk naar 2,65% (2017: 2,87%), 4,52% (2017: 4,6% )en 5,38% (2017: 5,39%). Vermenigvuldigd met het belastingtarief van 30% is de te betalen inkomstenbelasting in box 3 in 2018 bij deze rendementen, uitgedrukt als percentage van het vermogen in box 3 (na aftrek van het heffingvrije vermogen) in de 3 vermogensschijven dan respectievelijk 0,80%, 1,36% en 1,61%.

Meer informatie: Zo ziet de belastingheffing in box 3 eruit in 2018

[/toggler]

[space][/zl_tabs_cell][zl_tabs_cell title=”Eigen woning en hypotheek” id=”Alg_2″]
[space]

Wijzigingen in 2018

[border][toggler theme=”framed-light” title=”Maximale hypotheek omlaag naar 100 %” opened=”no” ]De maximale lening die u mag afsluiten voor een woning daalt van 101 % naar 100 % van de waarde van de woning. Dat betekent dat u een groter deel van de bijkomende kosten (bijvoorbeeld overdrachtsbelasting en financieringskosten) uit eigen middelen moet financieren. [/toggler]
[toggler theme=”framed-light” title=”Maximumtarief hypotheekrenteaftrek omlaag naar 49,5 %” opened=”no” ]De hypotheekrenteaftrek gaat per 1 januari 2018 weer iets verder omlaag. In 2018 is het maximale tarief waartegen de rente aftrekbaar is 49,5 %. In 2017 was dat 50 %. Dit raakt alleen huiseigenaren die in de hoogste belastingschijf (jaarinkomen boven de € 68.507) zitten.[/toggler]
[toggler theme=”framed-light” title=”Vervallen restschuldregeling” opened=”no” ]Per 1 januari 2018 vervalt de fiscale restschuldregeling. Een restschuld financieren wordt hierdoor duurder. Rente en kosten van restschulden die na die datum worden gerealiseerd, zijn niet aftrekbaar.

Meer informatie: Verkoopplannen én een huis onder water? Verkoop voor 1 januari 2018

[/toggler][toggler theme=”framed-light” title=”Tweeverdieners kunnen in 2018 meer lenen” opened=”no” ]Tweeverdieners kunnen meer lenen in 2018. De hypotheekverstrekker rekent uit welk deel van uw bruto-inkomen u maandelijks bruto mag besteden aan uw hypotheek. Voor tweeverdieners mag volgend jaar 70% van het laagste inkomen worden meegeteld van dat maximum. Dit jaar telt het laagste inkomen nog voor 60% mee. Het hoogste inkomen weegt altijd voor 100% mee bij het bepalen van de maximale maandlasten.

Voorbeeld: Een stel waarbij de ene partner € 35.000 verdient en de tweede partner € 20.000, kan dit jaar bij een rente van 2,75% uitgaan van een gezamenlijk inkomen van € 35.000 plus 0,6 maal € 20.000: in totaal € 47.000. Daarbij hoort een financieringslast van 22% volgens het Nibud. Zij mogen dan maximaal 22% van hun gezamenlijke jaarinkomen van € 55.000 aan woonlasten besteden: € 12.100.

In 2018 telt het tweede inkomen voor 70% mee: dat is €14.000. De gezamenlijke financieringslast wordt dan (op grond van de Nibud-gegevens van nu) 22,5%. Daarmee gaan de maximale (bruto)woonlasten omhoog naar €12.375.
[/toggler][toggler theme=”framed-light” title=”Meer lenen bij rentevastperiodes korter dan tien jaar” opened=”no” ]
Neemt u een hypotheek met een rente die korter dan tien jaar vaststaat en die aan het einde van de rentevastperiode is afgelost? Dan moet de geldverstrekker nu nog een wettelijk vastgestelde toetsrente van 5% gebruiken om te berekenen of u de maandlasten kunt betalen. Die toetsrente vervalt in 2018: dan mag er worden gerekend met de werkelijke rente die u gaat betalen. Dat kan veel schelen.

Voorbeeld: U wilt een hypotheek afsluiten van € 75.000 tegen een rente die vijf jaar vaststaat. Stel dat de rente 2,0% is. Dan betaalt u (bruto) € 125 rente per maand. Maar de geldverstrekker moet nu nog uitgaan van 5% rente als hij wil berekenen of u de lasten kunt betalen: dat betekent een bruto maandbedrag van € 312,50. Wie de rente vijf jaar wil vastzetten, zal volgend jaar dus minder inkomen nodig hebben om hetzelfde bedrag te kunnen lenen.
[/toggler][toggler theme=”framed-light” title=”WOZ waarde stijgt” opened=”no” ]

De gemiddelde WOZ-waarde van woningen stijgt in 2018 met 5 tot 7 %. Dat schrijft de Waarderingskamer (de toezichthouder op de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ)) in een brief aan de staatssecretaris van Financiën.

De WOZ-waarde is van invloed op de hoogte van een aantal belastingen voor huiseigenaren. Denk aan de OZB, watersysteemheffing, eigenwoningforfait (in de inkomstenbelasting) en de schenk- en erfbelasting.[/toggler]

[space]

[/zl_tabs_cell][zl_tabs_cell title=”Ondernemer” id=”Alg_3″][space]

[space][/zl_tabs_cell]
[/zl_tabs_reload][space][space][space][space][space][space]